Het Loofhuttenfeest, in het Hebreeuws Soekot, begint op de vijftiende dag van de zevende maand en duurt zeven dagen. De eerste dag is een heilige samenkomst. Na deze zeven dagen volgt een afzonderlijke achtste dag, de Laatste Grote Dag. Tijdens Soekot woont Israël in tijdelijke hutten en verheugt het zich voor het aangezicht van de HEERE (Lev. 23:33–43).
De loofhut herinnert eraan dat God de Israëlieten in hutten liet wonen toen Hij hen uit Egypte leidde. Het feest leert iedere generatie dat veiligheid uiteindelijk niet wordt gevonden in vaste huizen of menselijke zekerheden, maar in de bescherming en nabijheid van God. De eenvoudige, tijdelijke hut maakt zichtbaar dat Israël een volk van vreemdelingen en pelgrims is, afhankelijk van de trouw van de HEERE.
Soekot is tegelijk het grote inzamelingsfeest aan het einde van het landbouwjaar. Nadat de opbrengst van dorsvloer en wijnpers is binnengebracht, wordt zeven dagen feestgevierd. De vreugde omvat niet alleen het eigen gezin, maar ook de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe. Dankbaarheid voor Gods zegen krijgt daarmee gestalte in gezamenlijke vreugde, gastvrijheid en zorg voor wie kwetsbaar is (Deut. 16:13–17).
Het feest wijst ook vooruit naar Gods blijvende wonen bij zijn volk. De profeten verbinden Soekot met de toekomstige heerschappij van de HEERE over de volken: de overgebleven volken zullen naar Jeruzalem optrekken om de Koning te aanbidden en het Loofhuttenfeest te vieren (Zach. 14:16–19). Daarmee krijgt het feest een universeel perspectief: de zegen van Israëls God is uiteindelijk bestemd om ook de volken te bereiken.
In het Evangelie van Johannes staat Jeshua tijdens het Loofhuttenfeest in de tempel. Op de laatste en grote dag van het feest roept Hij uit dat wie dorst heeft tot Hem moet komen en drinken. Hij verbindt het feest zo met het levende water en met de gave van de Geest (Joh. 7:37–39). In Hem komen de thema’s van Gods aanwezigheid, vreugde, oogst en toekomstig herstel samen. Soekot herinnert daarom niet alleen aan Gods zorg in de woestijn, maar ziet ook uit naar de tijd waarin Hij volledig bij de mensen zal wonen.
Parasjot
De Torah spreekt in de volgende parasjot over het Loofhuttenfeest:
- Mishpatim: het Feest van de Inzameling aan het einde van het jaar (Ex. 23:14–17).
- Ki Tisa: het Feest van de Inzameling bij de jaarwisseling (Ex. 34:22–23).
- Emor: zeven dagen in loofhutten wonen en zich verheugen voor de HEERE (Lev. 23:33–43).
- Pinchas: de dagelijkse offers tijdens het feest en de achtste dag (Num. 29:12–38).
- Re’eh: oogstvreugde, gastvrijheid en verschijnen voor de HEERE (Deut. 16:13–17).
Artikelen
-
Hakel: laat de kinderen komen
In parasja Vajelech staat Mozes op het punt afscheid te nemen als leider. Jozua zal het volk verder leiden om het beloofde land in te nemen. Juist op dat moment regelt Mozes ook hoe de Torah in de toekomst gehoord moet blijven worden. Eens in de zeven jaar, bij het Loofhuttenfeest in aansluiting op het… Lees meer.
Audio
Loofhuttenfeest: samen leren luisteren (Radio Israël, 25 september 2026)
Het Loofhuttenfeest is een feest van vreugde, maar ook van luisteren. Eens in de zeven jaar moest heel het volk samenkomen om de Torah te horen. Opvallend genoeg worden de kleine kinderen daarbij uitdrukkelijk genoemd. Waarom is hun aanwezigheid zo belangrijk? En wat heeft dit feest te zeggen over de volken die volgens Zacharia eens naar Jeruzalem zullen optrekken?
Moadiem cursus
Tevens hebben we in samenwerking met stichting Shoresh meerdere malen een Moadiem cursus georganiseerd waarin tijdens tien avonden uitgebreid de feesten van de Eeuwige worden behandeld. Meer informatie vindt u op www.kesjerzaandam.nl.


