Het Feest van de Ongezuurde Broden volgt direct op Pesach. Het begint op de vijftiende dag van de eerste maand en duurt zeven dagen. Gedurende deze periode wordt ongezuurd brood gegeten en wordt het zuurdeeg uit huis verwijderd. De eerste en de zevende dag zijn heilige samenkomsten waarop geen gewoon dienstwerk wordt verricht (Exodus 12:15–20; Leviticus 23:6–8).
Het ongezuurde brood is nauw verbonden met de uittocht uit Egypte. Israël vertrok zo haastig dat het meegenomen deeg geen tijd kreeg om te rijzen (Exodus 12:34, 39). Deuteronomium noemt de matsot daarom het “brood der verdrukking”: zij herinneren zowel aan de slavernij als aan de haastige bevrijding door de sterke hand van de HEERE (Deuteronomium 16:1–4). Pesach herinnert in het bijzonder aan het voorbijgaan van het oordeel; het Feest van de Ongezuurde Broden aan het daadwerkelijk verlaten van Egypte en het begin van een leven in vrijheid.
Het feest heeft ook een onderwijzende functie. Israël moet aan de volgende generatie vertellen: “Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog” (Exodus 13:3–10). De bevrijding wordt daarmee niet alleen als een gebeurtenis uit een ver verleden herdacht, maar als Gods daad waarin iedere generatie zich opnieuw betrokken weet. Het verwijderen van het oude zuurdeeg maakt deze herinnering zichtbaar en tastbaar: de bevrijde mens wordt geroepen het oude achter zich te laten en overeenkomstig Gods woorden te leven.
In het Nieuwe Testament gebruikt Paulus deze feesttaal rechtstreeks in zijn onderwijs aan de gemeente. Omdat “ons Pascha” — de Messias — is geslacht, roept hij de gelovigen op het oude zuurdeeg weg te doen en feest te vieren met “de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid” (1 Korinthe 5:6–8). Verlossing en levenswandel worden zo nauw met elkaar verbonden: Jeshua bevrijdt niet slechts uit de slavernij van zonde en dood, maar roept zijn volk ook tot een nieuw leven van oprechtheid, waarheid en heiliging.
Binnen de dagen van de Ongezuurde Broden begint bovendien de periode van de eerstelingen en de omertelling. Vanaf het aanbieden van de eerste garve worden zeven volledige weken geteld tot Sjavoeot (Leviticus 23:9–16). Daardoor vormt dit feest niet alleen de afsluiting van de uittocht uit Egypte, maar ook het begin van de weg van bevrijding naar oogst, van Pesach naar het Wekenfeest.
Parasjot
Het Feest van de Ongezuurde Broden komt in de volgende parasjot aan de orde:
- Bo: instelling van het feest, zeven dagen matsot, het verwijderen van zuurdeeg en de herinnering aan de uittocht (Ex. 12:15–20; 13:3–10).
- Mishpatim: het feest als een van de drie jaarlijkse pelgrimsfeesten; niemand verschijnt met lege handen voor de HEERE (Ex. 23:14–17).
- Ki Tisa: herhaling van het gebod om zeven dagen ongezuurde broden te eten in de maand Abib, de maand van de uittocht (Ex. 34:18–23).
- Emor: de vaste datum, de duur van zeven dagen en de heilige samenkomsten op de eerste en zevende dag (Lev. 23:4–8).
- Pinchas: de dagelijkse offers gedurende de zeven feestdagen (Num. 28:16–25).
- Re’eh: Pesach en de matsot, het “brood der verdrukking”, de centrale plaats van viering en de zevende dag als bijzondere samenkomst (Deut. 16:1–8).
Artikelen
Nog geen artikelen.
Moadiem cursus
Tevens hebben we in samenwerking met stichting Shoresh meerdere malen een Moadiem cursus georganiseerd waar in 10 avonden uitgebreid de feesten van de Eeuwige worden behandeld. Meer informatie vind u op www.kesjerzaandam.nl.


