Parasja Bechukotai (“in mijn wetten”) is het laatste gedeelte in het boek Leviticus. Het zet de zegeningen uiteen die volgen op gehoorzaamheid en de vervloekingen die voortkomen uit ongehoorzaamheid aan Gods geboden.
Het beschrijft levendig de beloningen voor het trouw volgen van Gods wetten, met beloften van voorspoed, veiligheid, vrede en een overvloedige oogst. Tegelijkertijd contrasteert het deze zegeningen met een nuchtere uiteenzetting van de gevolgen van het verlaten van Gods wegen, met waarschuwingen voor hongersnood, ziekte, nederlaag door vijanden en uiteindelijk ballingschap uit het land.
Bechukotai benadrukt de verbondsrelatie tussen God en de Israëlieten door zowel de beloningen van trouw als de ernst van het afdwalen te tonen. Het gedeelte sluit af met gedetailleerde wetten omtrent geloften, toewijzingen en waarderingen aan de Heer, waarmee het belang van toewijding en integriteit in het dienen van Hem wordt onderstreept.
Schriftgedeelten
Torah: Leviticus 26:3-27:34
Haftarah: Jeremia 16:19-17:14
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasja.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.

