Parasja Ki Tavo (“wanneer je binnenkomt”) beschrijft de rituelen die de Israëlieten moeten uitvoeren zodra zij het Beloofde Land binnengaan, waaronder het brengen van de eerstelingen en het afleggen van een verklaring van trouw aan God. Vervolgens presenteert Mozes een gedetailleerde lijst van zegeningen voor gehoorzaamheid en zware vervloekingen voor ongehoorzaamheid, waarmee hij het belang van het onderhouden van Gods geboden benadrukt.
De parasja besluit met de herinnering dat Israël een unieke verbondsrelatie met de Eeuwige heeft die zij moeten bewaren om voorspoed en bescherming te kunnen ontvangen. Zij onderstreept de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om naar Gods wetten te leven, omdat hun gezamenlijke lot afhangt van hun trouw.
Schriftgedeelten
Torah: Deuteronomium 26:1-29:8 en Haftarah: Jesaja 60:1-22.
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasha.
Audio
Parasha Ki Tavo opent met het brengen van de eerstelingen: het beste apartzetten als dank en toewijding, in vertrouwen dat de Eeuwige voorziet. Tegelijk klinkt de ernst van zegen en vloek, maar met de focus op een hart dat werkelijk wil gehoorzamen—een “besnijdenis van het hart” die de Eeuwige Zelf werkt. Johannes 14 verbindt dit met de Trooster, die ons de wil van de Vader leert verstaan, zodat gehoorzaamheid voortkomt uit liefde, niet uit dwang.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.
← parasja Ki Teitzei | overzicht parasjot | parasja Nitzavim →

