Parasha Va’etchanan (“Ik smeekte”) vertelt hoe Mozes vurig aan God vraagt om het Beloofde Land binnen te gaan. God weigert dit, maar staat hem toe het land vanaf de Pisga te overzien en draagt hem op Jozua te versterken als zijn opvolger. Mozes roept het volk op om niets toe te voegen aan en niets af te doen van de geboden, om waakzaam te blijven en de Thora trouw te bewaren.
Hij herinnert Israël aan de openbaring bij de Sinaï: zij hoorden Gods stem maar zagen geen gestalte, een reden voor het strikte verbod op afgoderij en het maken van beelden. Vervolgens herhaalt Mozes de Tien Geboden en spreekt hij het Sjema uit, “Hoor, Israël”, met de oproep om de HEER lief te hebben met heel het hart, heel de ziel en al de kracht. Die woorden moeten in het hart geprent worden, aan kinderen worden doorgegeven, en zichtbaar zijn in huis en onderweg (denk aan het binden op hand en voorhoofd en aan de deurposten).
Mozes waarschuwt voor de verleiding van voorspoed in het land: vergeet de HEER niet wanneer je in huizen woont die je niet zelf hebt gebouwd; stel Hem niet op de proef; sluit geen verbonden met de volken en hun goden, maar vernietig hun altaren. Ook wijst hij drie vrijsteden aan ten oosten van de Jordaan voor wie onopzettelijk doodslag heeft gepleegd. De parasja beklemtoont het verbond: trouw aan God brengt leven, zegen en veiligheid, maar afdwaling leidt tot verstrooiing; en toch blijft de belofte dat wie terugkeert, de HEER opnieuw zal vinden.
Schriftgedeelten
Torah: Deuteronomium 3:23-7:11 en Haftarah: Jesaja 40:1-26.
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasha.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.

