Parasha Balak (“Balak”) verhaalt hoe koning Balak van Moab, verontrust door Israëls overwinningen op Sichon en Og, de ziener Bileam uit Petor aan de Eufraat laat komen om Israël te vervloeken (Num. 22–25). God staat Bileam uiteindelijk toe te gaan, maar bindt hem aan één voorwaarde: hij mag alleen spreken wat God hem in de mond legt. Onderweg ziet zijn ezelin een engel met getrokken zwaard; Bileam ziet niets, slaat het dier, en God opent de mond van de ezelin zodat zij spreekt; een teken dat de situatie niet in mensenhanden ligt.
Op verschillende hoogten, Bamot-Baal, het veld van Zofim bij de Pisga en de top van Peor, laat Balak altaren bouwen, telkens in de hoop dat een vloek zal klinken. Maar iedere poging keert zich om in zegen. Bileam verkondigt dat Israël “een volk is dat alleen woont” en dat “God geen man is dat Hij liegen zou”; wat Hij zegent, kan niemand keren. Hij wijdt uit in de lof “Hoe goed zijn uw tenten, Jakob” (Ma tovu), een regel die later een plaats krijgt in het joodse ochtendgebed. In zijn laatste orakel ziet hij vooruit: “Een ster komt op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël” (24:17). Dit was een visioen van een toekomstige, door God bekrachtigde koning. Woedend stuurt Balak Bileam weg: waar een vloek was besteld, is alleen zegen uitgesproken.
Het slot is schokkend. Terwijl zegen over hen is uitgesproken, laten mannen uit Israël zich verleiden tot afgoderij bij Baäl-Peor en tot ontucht met Moabitische en Midjanitische vrouwen. Er breekt een dodelijke plaag uit. Wanneer Zimri openlijk een Midjanitische vrouw, Kozbi, binnenbrengt, grijpt Pinechas (de zoon van Elazar en kleinzoon van Aäron) beslist in en doorboort beiden, waarmee de plaag stopt, al zijn er dan 24.000 doden gevallen. Zo houdt Balak een spiegel voor: zelfs onder uitgesproken zegen blijft Israël geroepen tot trouw, en de ijver van Pinechas bereidt de weg voor de volgende parasha.
Schriftgedeelten
Torah: Numeri 22:2-25:9 en Haftarah: Micha 5:6-6:8.
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasha.
Audio
In deze parasja ontmoeten we Balak, de koning van Moab, die Israël uit angst wil laten vervloeken door Bileam. Onderweg blijkt juist Bileams ezel meer te zien dan de ziener zelf. In plaats van Israël te vervloeken, spreekt Bileam tot driemaal toe Gods zegen uit en profeteert hij over wat in latere tijd zal gebeuren. Daarbij klinkt ook een belangrijke messiaanse profetie. Deze studie laat zien dat de Eeuwige zijn plan volvoert, of mensen daaraan nu willen meewerken of niet.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.

