Het Joodse nieuwjaar (Rosh haShana op 1 Tishri), dat in het najaar valt, is algemeen bekend. Wat minder bekend is, is dat ook het begin van de Bijbelse feesten wordt ingeluid met een nieuwjaar dat rond het begin van de lente (1 Aviv) plaatsvindt. Daarnaast worden in Israël nog andere nieuwjaarsmomenten gevierd, zoals het nieuwjaar van de bomen, ook wel Tu Bishvat genoemd. Dit nieuwjaar is extra populair geworden nadat het Joodse volk naar hun thuisland terugkeerde en het kale land opnieuw met bomen werd beplant.
De oorsprong van het nieuwjaar van de bomen gaat echter terug op de Torah. Mozes geeft in Leviticus namelijk de volgende instructie aan het volk:
“Wanneer u in het land komt en allerlei vruchtbomen plant, moet u de vruchten ervan als verboden beschouwen. Drie jaar lang zullen ze voor u verboden zijn, er mag niet van gegeten worden. Maar in het vierde jaar zullen alle vruchten ervan heilig zijn, tot lofzegging voor de HEERE. En in het vijfde jaar mag u de vruchten ervan eten om de opbrengst ervan voor u te vermeerderen. Ik ben de HEERE, uw God.”1
De opbrengst van de bomen wordt daarmee in de handen gelegd van de Eeuwige. In vertrouwen wordt afgezien van de snelle winst, in het geloof dat de Eeuwige zal doen wat Hij heeft gesproken en beloofd.
In de Joodse traditie is Toe Bisjwat een van de vier nieuwjaren die in de Misjna worden genoemd:
“Er zijn vier nieuwjaren: het nieuwjaar voor de koningen en de feesten op de eerste van Nisan; het nieuwjaar voor de tienden van het vee op de eerste van Elul; het nieuwjaar van de jaren en de jubeljaren op de eerste van Tisjri; en het nieuwjaar van de bomen op de vijftiende van Sjewat.” 2
Toe Bisjwat markeert het moment waarop de sapstroom in de bomen weer begint te stijgen, een teken van hernieuwde vruchtbaarheid. Het is van belang bij het berekenen van tienden (ma’aserot) en de regel van orla (verbod op het eten van vruchten in de eerste drie jaar).
Menselijke bomen en de messiaanse vervulling
In de Tenach worden mensen vaak vergeleken met bomen. Psalm 1 schildert een rechtvaardige persoon als een boom geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op de juiste tijd. Dit beeld wijst op geestelijk vrucht dragen welke mogelijk wordt door vertrouwen op God en Zijn Woord.
“Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is. Hij zal zijn als een boom, geplant aan water, die zijn wortels uitslaat aan een beek, en het niet merkt wanneer er hitte komt…” .3
De Messiaanse verbinding wordt ook duidelijk in Jesaja 11:1-2, waar de Messias wordt beschreven als een scheut uit de wortels van Isaï.
“Want er zal een Twijgje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortelen zal vrucht voortbrengen.”
Jeshua belichaamt deze scheut. Maar Hij spreekt ook over Zijn discipelen als takken die enkel vrucht kunnen dragen zolang zij verbonden blijven met de wijnstok:
“Ik ben de Wijnstok, u bent de ranken; wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.”4
Het profetische perspectief
De terugkeer van het Joodse volk naar Israël en het opnieuw beplanten van het land weerspiegelen niet enkel een fysiek herstel, maarook het profetische proces van de voorbereiding op de komst van de Messias. Ezechiël spreekt over het land dat weer vrucht zal dragen als teken van Gods trouw aan Zijn beloften:
“Maar u, bergen van Israël, zult uw takken weer voortbrengen en uw vruchten dragen voor Mijn volk Israël, want zij zullen spoedig komen.”5
Jeshua lijkt hier ook naar te verwijzen in Mattheüs in zijn rede over de laatste dingen:
“Leer van de vijgenboom deze gelijkenis: Wanneer zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitlopen, dan weet u dat de zomer nabij is. Zo weet u ook, wanneer u al deze dingen zult zien, dat het nabij is, voor de deur.”6
De toekomstige hoop
Net zoals de vruchten van bomen in het vierde jaar heilig worden geacht, wijst dit ons op de toekomstige heiligheid en glorie die bij de komst van de Messias zal worden onthuld. Openbaring 22 beschrijft de levensboom die twaalf soorten vruchten voortbrengt en waarvan de bladeren zijn tot genezing van de naties:
“… en de bladeren van de boom zijn tot genezing van de volken.”7
Toe Bisjwat nodigt ons uit om geworteld te blijven in de waterstromen van Zijn Woord en ons te verheugen in de zekerheid van Zijn komst. Zoals een boom zijn vruchten geeft op het juiste moment, zo zal de vervulling van Gods beloften zichtbaar worden op Zijn tijd.

