Parasja Beshalach (“toen hij liet gaan”) is de 16e parasja in de Torah en vertelt over de dramatische gebeurtenissen na het vertrek van de Israëlieten uit Egypte, waaronder de wonderbaarlijke doortocht door de Rode Zee. Dit gedeelte benadrukt het lied van de zee (Shirat HaJam; Ex. 15:1-19), gezongen door Mozes en de Israëlieten na hun bevrijding van het leger van de farao. Het beschrijft ook de eerste uitdagingen van de Israëlieten in de woestijn, zoals de voorziening van manna en water uit de rots, waarmee Gods voortdurende zorg en bescherming wordt getoond.
Schriftgedeelten
Torah: Exodus 13:17-17:16 en Haftarah: Richteren 4:4-5:31.
Artikelen
Nog geen artikelen voor deze parasja.
Digital Humanities tools
Een (engelstalige) analyse van deze parasja met gebruik van digitale hulpmiddelen zoals SHEBANQ en Text-Fabric op basis van de Biblia Hebraica Stuttgartensia Amstelodamensis (BHSA)-dataset vindt u hier.

